‘Trouwens, nu we het toch over ouwe mannetjes hebben,
ik heb nog eens aan mijn moeder gevraagd hoe het nou
zat met jouw opa. Ze zei: hij was een schoft.’
Cecilia veert op als door een wesp gestoken.
‘Een schoft, een schoft?’
In Een urn vol kinderdromen wordt in een heldere,
toegankelijke stijl een beeld geschetst van het doen en
laten van gewone mensen in de crisis- en oorlogsjaren
van de vorige eeuw, van de belevenissen van het pubermeisje
Cecilia in de jaren zestig en de zoektocht naar
haar doodgewaande opa. Cilja …





