Over een advocaat die zijn baan verliest en vervolgens wordt wat hij nooit heeft willen zijn.
‘Benjamin Mendel ligt rokend op een kingsize bed in een hotelkamer te ‘s-Hertogenbosch. Hij luistert naar de radio. Om er zeker van te zijn dat hij zijn eigen naam niet voorbij zal horen komen, heeft hij een christelijke zender gevonden. Hij wist niet eens dat ze bestonden. Een zware stem spreekt van de lente, van appelbloesem en hemelse gerechtigheid. In zijn halfslaap ontgaat Mendel het verband. De lente en de b…





